Toen ik een paar weken geleden voor het eerst Hexen: Beyond Heretic opstartte, had ik gehoopt op een Heretic deel twee. Echter, het bleek een geheel eigen spel te zijn. Want waar het vorige deel nog heel duidelijk een Doom-kloon in hart en nieren was, neemt Hexen heel duidelijk afstand van die speelstijl. Niet langer heb je toegang tot zeven verschillende wapens; niet langer ga je op zoek naar secrets; niet langer is het spel episodisch geordend. In plaats daarvan introduceert Raven Software hier een klasse systeem, zijn de levels georganiseerd rondom zogenaamde hubs, en heb je slechts drie reguliere wapens tot je beschikking, met een ultiem wapen dat je door het spel heen in mekaar zal zetten.
Hexen speelt zich af in dezelfde wereld als Heretic, maar op een geheel andere plek, en er zullen geen vijanden overeenkomen, of zelfs ook maar wapens. Ditmaal jaag je op Korax, de tweede van de Serpent Riders, als zijnde een Fighter, een Cleric, of een Mage. Welke klasse je kiest hangt vooral af van het soort wapens dat je zult gebruiken; de Fighter gebruikt veelal melee wapens, terwijl de Mage exclusief spreuken gebruikt (en dus van afstand kan aanvallen). De Cleric zit er wat tussenin, en deze heb ik gekozen voor mijn playthrough. Je eerste wapen gebruikt geen minutie. Je tweede verbruikt blauwe mana, je derde groene, en je ultieme wapen gebruikt beide. Ook al heb je maar vier wapens, toch is het genoeg gebleken om veel plezier mee te hebben. Vooral het ultieme wapen, bij de Cleric de zogenaamde wraithverge, welke geesten afschiet die vijanden afgaan om ze van binnenuit uit elkaar te trekken, wat zeker voor 1995 erg indrukwekkend is, is enorm genieten. De hubs waarin je je zult bevinden verbinden elk drie tot vier levels naast het hublevel aan elkaar, met nog een geheim level waarin leuke extraatjes te vinden zijn. De levels zitten vol met puzzels, sleutels die je moet vinden, en geheimen om te ontdekken. Over het algemeen zitten deze hubs en puzzels ingenieus en inventief inmekaar. Net als bij Heretic heb je ook hier weer een scala aan power-ups, waarvan er slechts een paar hetzelfde zijn, zoals de quartz flask, de wings of wrath, en de porkalator, welke vijanden in varkens verandert (in Heretic waren het kippen). Nieuwe powerups variëren van flessen gifgas, tot volledige minutievoorraden tot de zogeheten dark servant, welke een Maulotaur (bekend van Heretic) oproept om voor je te vechten, wat absoluut een hoogtepunt van het spel is.
Echter, het spel is niet uitsluitend koek en ei. Op zijn best heb ik me enorm vermaakt, maar er zijn een paar minpunten aan dit spel waardoor ik niet graag met een andere klasse nog eens door de levels heenga. Het eerste minpuntje is het gebrek aan variatie qua vijanden. Bij Heretic was dat juist een enorm pluspunt, maar bij Hexen kom je, op een van de hogere niveaus, namelijk Berserker, enorm veel vijanden tegen van hetzelfde kaliber. Ettins lopen traag en slaan niet hard, maar zijn wel stug. Centaurs houden hun schild omhoog om je schoten terug te kaatsen, en zijn op dat moment onkwetsbaar. Slaughtaurs zijn hetzelfde, maar kunnen nog projectielen op je afvuren ook. De chaos serpents zien er indrukwekkend uit; groene of bruine slangen die vuur- of gifballen op je afvuren. Pas in de derde hub komen de Dark Priests erbij, welke wel wat lijken op de Disciples van Heretic. Er zijn er nog een paar die heel even voorkomen, maar voornamelijk moet je het met deze vier doen en in grote aantallen. Omdat de levels groot zijn spendeer je, zeker als Cleric, een lange tijd met het neermeppen van deze talloze, stugge vijanden, vooral in het begin, wat de vaart er heel erg uit haalt. Wel moet gezegd worden dat de Heresiarch een heerlijke boss battle is, en eigenlijk fijner dan Korax zelf. Het tweede minpuntje is het feit dat de puzzels niet allemaal even voor de hand liggen. Meer dan eens had ik geen idee hoe verder te gaan, en bleek dat ik iets moest doen waarvan ik helemaal niet wist dat het überhaupt kon in dit spel. Iets meer communicatie had gemogen. En ik hoorde dat dit bij Hexen II nog erger was, ik houd mijn hart vast.
Al met al worden de minpunten enorm overschaduwd door de positieve kanten van dit spel. Er zit veel in... heel veel. Op een eerste playthrough maak je lang niet overal gebruik van. Zo zijn er zoveel powerups die ik nog nooit gebruikt heb, of waarvan ik het nut pas vrij laat ontdekte. De uitbreiding
Deathkings of the Dark Citadel is nu aan de beurt en biedt een uitstekend platform om eens met een andere klasse te spelen. De Doom engine is nu echter wel maximaal uitgebuit voor dit spel... en dan heb ik Strife nog niet eens gespeeld. Nog veel games om langs te gaan.