Dear Esther wordt beschouwd als de eerste van de zogenaamde 'walking simulator'-games, een term die door sommigen kleinerend wordt gebruikt, maar games als Dear Esther, Firewatch, The Vanishing of Ethan Carter en What Remains of Edith Finch hebben naar mijn mening treffend aangetoond dat de negatieve connotatie van dat label nogal is misplaatst. Ontegenzeggelijk: games zoals Dear Esther vragen de speler om hun verwachtingen van wat een videogame zou moeten zijn opzij te zetten, en laten vervolgens zien wat een game óók kan zijn.
Dear Esther begon ooit als een Half-Life-mod, en met The Landmark Edition wordt de originele game visueel opgeleukt voor een andere generatie gamers, om opnieuw te ontdekken; meer dan eens stond ik gewoon ergens te staren naar een adembenemend uitzicht, en moest er weer een screenshot worden gemaakt. Het tempo in Dear Esther is langzamer dan veel gamers gewend zijn, wat ook met opzet zo is; het spel dwingt letter de speler om bepaalde dingen in zich op te nemen, of na te denken over de mooie, mysterieuze en soms griezelige dingen die je ziet op dit desolate eiland in de Hebriden, terwijl een voice-over een ietwat raadselachtige relaas uit de doeken doet.
Ik had geen idee wat het allemaal betekende na mijn eerste speelbeurt, misschien enigszins, maar met veel vraagtekens. Dit had echter geen invloed op mijn waardering voor het spel. Ik bleef erover nadenken en genoot de volgende dag enorm van mijn tweede playtrough, dit keer met het zeer informatieve en plezierige commentaar van de regisseur (aanrader!) wat zeker enig licht op de zaken wierp. Absoluut geen vervelend klusje dus, voor de achievement hunters onder ons.
Dear Esther is een absolute aanrader voor gamers die sfeer, een mysterieus verhaal en een spel kunnen waarderen dat uitblinkt in het geven van een kwalitatief hoogstaande, langzamere spelervaring. Dear Esther zit uitstekend in elkaar, met prachtige vergezichten en een mooi, spookachtige score.
4.2*